|
|

Ingrediënten roqueforthapjes
50 gram boter
5 eetlepels bloem
1 liter groentenbouillon
Een bosje peterselie
3 theelepels milde paprikapoeder
150 gram roquefort
2 eieren
Een handje bloem voor het paneren
150 gram paneermeel
Peper en zout
Maak de groentebouillon warm in een pan. Smelt de boter in een hapjes- of koekenpan. Doe beetje bij beetje de bloem bij de boter. Blijf ondertussen goed roeren. Het is de bedoeling dat de boter en bloem een beetje zanderig worden. Dit mengsel van boter en bloem heet een roux. Voeg terwijl je blijft roeren steeds een beetje groentebouillon bij de roux. Zorg dat de roux de groentebouillon steeds een beetje meer opneemt. Zo ontstaat de basis van de vulling van de roqueforthapjes. Als de ragout mooi stevig is, is hij klaar.
Hak de peterselie fijn. Voeg een handje peterselie en de paprikapoeder toe aan de ragout. Snijd de roquefort in kleine stukjes. Voeg beetje bij beetje de roquefort toe. Geef de roquefort steeds even de tijd om te smelten en te mengen met de ragout. Proef goed of de ragout op smaak is. Voeg eventueel nog wat paprikapoeder of peterselie toe. Maak de ragout af met peper en zout. Laat de ragout een nacht afgedekt in de koelkast staan.
Haal de ragout uit de koelkast. Maak langwerpige rolletjes van de ragout en omwikkel ze met vershoudfolie. Leg deze rolletjes 2 uur in de vriezer zodat ze straks makkelijker (en met minder vieze handen) te paneren zijn.
Haal het vershoudfolie van de ragoutrolletjes af en snijd de ragout in stukjes. Breek 2 eieren in een diep bord en kluts ze even los. Doe in een andere diep bord een laagje meel en weer in een ander bord paneermeel. Haal een ragoutrolletje door de bloem, vervolgens door de geklutste eieren en tot slot door 
Frituur de roqueforthapjes goudbruin in een frituurpan of steelpannetje met zonnebloemolie. Laat de roqueforthapjes na het bakken even uitlekken op een stukje keukenpapier. Ze zijn dan minder vet bij het serveren.

